Noël Slangen: 'Alice in Wonderland kan je lezen als managementliteratuur'

Overzicht

Vraaggesprek

Door: Sander Carollo

Noël Slangen: 'Alice in Wonderland kan je lezen als managementliteratuur'

De ondernemer, columnist en voormalige 'spindoctor' van onder meer ex-premier Verhofstadt blijkt een fervent strip- en literatuurliefhebber.

Volgens Noël Slangen is er over het algemeen ook een grote relatie tussen het lezen van strips en romans. ‘Strips zijn eigenlijk een variant van schrijven, net zoals poëzie een variant van fictie is. Will Eisner, een van de grondleggers van de betere strips, heeft strips ooit omschreven als sequential art: een strip is alsof je voortdurend je ogen op en dicht doet en je telkens een sequens te zien krijgt. Die opeenvolging geeft je vervolgens een totaalbeleving waarbij je de stukjes die er tussenin zitten zelf invult. Dat tempo is dus heel anders dan een geschreven boek.’

‘Ik ben een ongelofelijke lezer’, beaamt Slangen verder. ‘Ik ben ook een digitale lezer geworden. Bijna alle romans die ik tegenwoordig lees staan op mijn Kindle. Momenteel ben ik bezig aan De bekeerlinge van Stefan Hertmans.’ Hoewel de Limburger sinds juli helemaal uit de politiek is gestapt en ongeveer vier jaar geleden zijn bedrijven verkocht, is zijn leven er niet veel rustiger op geworden. Sinds vorig jaar zet hij zich in voor Musebooks.world, een nieuwe wereldwijde digitale leeservaring voor kunst- en museumboeken. Daarnaast schrijft Slangen nog columns voor Het Belang van Limburg (sinds hij weg is bij Open Vld heeft hij de vrijheid van het woord terug, stelt hij) en is hij verbonden aan het human resourcesbedrijf Ucare waar hij aan CEO-begeleiding doet.

Opvallend: Slangen selecteerde enkel fictieboeken om voor dit interview te bespreken. ‘Als je mij om een boekenlijst vraagt, dan denk ik gewoon niet aan non-fictie. Non-fictie vind ik heel functioneel en lees ik niet van begin tot einde, het is eerder een buffet waarmee ik me bedien.’ Een interessant fictieboek dat hij laatst gelezen heeft is Waarom cola duurder is dan melk, waarin Bas Haring op een begrijpbare manier economie uitlegt. Zijn boek Kaas en de evolutietheorie (2001) was destijds in zijn communicatiebedrijf overigens verplichte lectuur. ‘Je moet namelijk de evolutietheorie begrijpen om te weten wat mensen drijft.’ Zelf heeft Slangen zo’n zevental boeken geschreven waaronder Slangen in de coulissen, een boek dat VTM-Wetstraatjournalist Jan De Meulemeester eerder in deze reeks al besprak.

In zijn eigen boeken verwijst hij soms naar literaire verhalen. Zo heeft hij het in zijn managementboek Praten met reuzen over de Elsschot-test, dat staat voor het schrijven-is-schrappen-principe. ‘Willem Elsschot blonk uit door krachtige, sterke verhalen te maken in een zeer eenvoudige taal. Het maakt zijn boeken, die dateren van de eerste decennia van de vorige eeuw, nu nog leesbaar en actueel.’ Iets wat hij ook in Kaas kon smaken. ‘Je zou het vandaag perfect opnieuw kunnen uitbrengen en doen alsof het een debuut is. Louis-Paul Boon vind ik ook wel plezant, maar hij is tegelijk een beetje gedateerd. Je voelt de geschiedenis erin en dat heb je niet bij Willem Elsschot, afgezien van enkele duidelijke situaties van het verleden.’

Kaas is een verhaal van gefnuikte ambities. Je ziet er bijna dezelfde scoringsdrang die de beleggers in Lernout & Hauspie hadden. Tegelijk zie je van veraf het drama aankomen. Ik vond het ook aangrijpend om te zien hoe de familie meeleeft en probeert mee te gaan in de droom van de vader, hoewel ze eerder dan hem weet dat het er niet in zit.’

De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch

‘Ik vind dit het meest volledige boek dat ik ooit gelezen heb, net vanwege al die verhaallijnen. Als je eerst alle boeken van Mulisch gelezen hebt en dan dit, lijkt het wel een stollingspunt. Je voelt hoe een volledige schrijverscarrière samenbalt in één boek. Een van de elementen waar ik heel graag naar verwijs is het hoofdstuk ‘De gouden muur’ dat vertelt hoe decision making verloopt. Aan de ene kant van de muur zit het gewone volk dat denkt dat aan de andere kant, de plaats waar de beslissingen genomen worden, alles veel gestructureerder, mooier en slimmer verloopt dan aan hun kant van de muur. Maar eigenlijk verloopt alles er even chaotisch. Mulisch schrijft dan: “Sterker dan die tegenstelling is het feit dat mensen dit willen geloven.” Ik vond dat een heel knap hoofdstuk, ik heb het laatst nog op Klara bij Berg en dal voorgelezen. Ik heb daar trouwens ook een pagina uit een Nero-strip voorgelezen. Men zei me dat ik de eerste was die op Klara een stripverhaal heeft voorgelezen.’

Het verdriet van België van Hugo Claus

‘Wat ik heel bijzonder vind: veel mensen hebben dit in hun boekenkast liggen, maar hebben het nog nooit gelezen. Het is nochtans een toegankelijk boek. Ik vind het een heel interessante tijdskroniek, het is eveneens een interessante spiegel van het naoorlogse Vlaanderen.’

Het luizenpaleis van Elif Shafak

‘Istanbul is hierin bijna een volwaardig personage. Je voelde als het lezer dat het niets is wat we spontaan met Turkije zouden associëren. Nadien ben ik dan ook in Istanbul geweest en dat vond ik dan een heel interessante ervaring. Intussen is Elif Shafak een van mijn lievelingsschrijfsters geworden. Ik vind dat ze een heel mooi beeld kan schetsten van de tegenstellingen en dilemma’s. De rode draad door haar boeken is de strijd van het hedendaagse Turkije met het modernisme, namelijk hoe je omgaat met de buitenwereld. Shafak zelf woont in Londen en doceert daar, maar is tegelijk heel sterk verbonden met Turkije. Je voelt ook dat ze zich heel weinig uitspreekt over de situatie in Turkije vandaag. Tegelijk voel je dat spanningsveld wel constant tussen de regels in haar boeken. Waar Het luizenpaleis nog een veelkleurige aanzet was, zie je in haar volgende boeken hoe het beeld zich eigenlijk scherper stelt. In haar laatste boek, De stad aan de rand van de hemel, merk je dat ze toch weer wat afstand probeert te nemen. Ze tekent vooral een liefdevol beeld zonder zich op het gladde ijs te begeven.’

Heer noch meester van Giocomo Casanova

‘In zijn boeken toont hij een ongelofelijk mooi tijdsbeeld, je wordt echt opgeslorpt in de geschiedenis. Ik denk dat dit boek daarom het meest non-fictie is dat ik heb uitgekozen. Als je Casanova leest, komt Venetië echt tot leven. Vooral zijn ontsnapping uit de gevangenis van het dogepaleis in Venetië is zeer mooi beschreven, dat heb ik altijd gebruikt om mijn kinderen rond te leiden in het dogepaleis en om dan te vertellen over zijn ontsnapping. Ik vind vooral het contrast tussen het bierviltjesbeeld van Casanova en de manier waarin je in dat tijdperk kan duiken door zijn boeken te lezen heel interessant. Casanova wist soms meedogenloze schetsten te maken van de aristocratie. Hij was minder rijk dan hij zou willen zijn, maar wist zich toch in de beste kringen te begeven en kon er zich overal uitbluffen. Tussen de lijnen ontdek je overigens zijn kleine kanten en hoe hij bijna permanent op de vlucht moest door zijn eigen stommiteiten.’

Reinaert de Vos van Willem die Madoc maakte

‘Inmiddels wordt Reinaert de Vos gezien als een sympathieke schelm die een beetje symbool staat voor de Vlaming die overal wel zijn weg vindt. Nochtans is het een verhaal van verwerpelijke personages waarin Reinaert de Vos het minst verwerpelijk is omdat hij zich bewust is van zijn slechtheid. Hij probeert dat ook niet te verbergen, integendeel, terwijl alle andere personages zichzelf wijsmaken dat ze beter zijn. Het boek is vooral een meesterlijke satire over hypocrisie. Reinaert de Vos was in eerste instantie een vertelling en was uitlachtelevisie avant la lettre. Het verhaal van de Vos was vooral bedoeld om met de edelen te lachen, de koning, het hof, de clerus … Al die figuren zijn eigenlijk karikaturen, maar die zou je vandaag nog kunnen herkennen in andere personen. Jammer genoeg begrijpen we vandaag de dag het tempo van het verhaal niet meer. Soms heb je hoofdstukken die eindeloos duren vooraleer er iets gebeurt en ineens gebeurt dan alles op één pagina. Ik vind het eigenlijk interessant om zoiets te lezen omdat die tempowijzigingen ook iets zeggen over die tijd.’

Neverwhere van Neil Gaiman

‘Neil Gaiman is een van mijn favoriete schrijvers en ik heb ook eens het geluk gehad dat ik hem in Amsterdam, samen met De Standaard-journalist Toon Horsten, heb kunnen interviewen. Neverwhere speelt zich af in de ondergrond van Londen, het is pure fantasy. Gaiman gebruikt daarvoor het metroplan van Londen. Ondergronds blijkt er een hele maatschappij te bestaan die zijn eigen regels heeft. Gaiman gebruikt hierin een oude symboliek om er nieuwe dingen mee te doen. In American Gods bijvoorbeeld, een boek van hem dat binnenkort verfilmd wordt, gebruikt hij goden uit verschillende godsdiensten om er verschillende personages van te maken. Het fijne aan Gaiman is dat hij fantasy maakt waar ook niet-fantasyliefhebbers van kunnen houden.’

De zwarte voeten van Marc Sleen

‘Ik ben een ongelofelijke Marc Sleen-fan. Hij is erin geslaagd om in zijn 217 Nero-albums een kroniek van de wereld in het algemeen en van Vlaanderen in het bijzonder te schetsen. Wat Sleen zo rijk maakt, is dat zijn personages zo uitzonderlijk zijn. Hoe Marc Sleen Madame Pijp ooit verkocht heeft gekregen aan een katholiek dagblad in de jaren 40-50, dat kunnen we ons vandaag niet meer voorstellen. Hoewel Sleen veel lezers had, heeft hij nooit concessies gedaan om zijn strips kinderachtig te maken. Nu hij pas overleden is, merk ik dat mensen zijn werk bekijken en dan wel verrast zijn van zijn heel typische stijl, die je bijna kon aflezen aan zijn soms glinsterende ogen. Ik vind het fenomenaal wat hij allemaal gedaan heeft.’

Ergens waar je niet wil zijn van Brecht Evens

‘Deze strip heeft de Willy Vandersteen-prijs gewonnen. Een fantastisch werk; ik houd ervan als mensen heel veel weten te vertellen op een heel minimalistische manier. Ergens waar je niet wil zijn gaat over een feest waar iedereen naar toe wil en wat georganiseerd wordt door een heel populair iemand, maar niemand kent die persoon en iedereen heeft het er de hele tijd over. Mensen dwalen door dat feest en iedereen vraagt zich op een bepaald ogenblik af wat ze er eigenlijk doen. Je voelt heel erg de drang om ergens bij te horen en tegelijkertijd weet je eigenlijk niet waarom. Iedereen is georiënteerd op iemand die niemand echt goed kent. Dat oproepen in een eigen stijl, in een geschilderd stripverhaal, is heel sterk. Voor veel mensen zal het te hermetisch zijn. Het is alleszins in heel veel talen vertaald, in de VS is het zelfs genomineerd geweest voor de belangrijkste stripprijs. Zulke stripverhalen zijn dus echt wel een exportproduct voor ons. Het is overigens vreemd dat Brecht Evens dit gemaakt heeft toen hij nog vooraan in de twintig was: probeer dat dan maar eens te overtreffen. Hij is intussen nog maar dertig. Ik vraag me dan wel eens af: wat doet dat met iemand? Als je dat al gecreëerd hebt en allerlei prijzen krijgt en zoveel aandacht, dan moet iemand zich soms toch afvragen: hoe kan hij zich nog overtreffen?'

Alice in Wonderland van Lewis Caroll

‘Het is eigenlijk een zeer volwassen verhaal omdat Alice in Wonderland gaat over volwassenwording en de druk die daarbij bestaat. Het verhaal heeft zo veel verschillende lagen. Ik ben overigens eens naar Oxford geweest om er de plaatsen te bezoeken waar Dodgson (Charles Lutwidge Dodgson schreef onder het pseudoniem Lewis Caroll, S.C.) zijn boeken schreef. Je kan het verhaal trouwens blijven herlezen. Sommige passages citeer ik zelfs letterlijk in sommige van mijn boeken omdat ze absurditeit koppelen aan bepaalde levensvisies. Aan de ene kant is het een coming of age-boek, namelijk volwassen worden –soms tegen je zin. Aan de andere kant kan je Alice in Wonderland lezen als managementliteratuur; het boek gaat namelijk vaak over de typische denkfouten die telkens worden gemaakt.’

 

Twitter:
Afdrukken:
E-mail:

Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier

Alle artikels van Sander Carollo

Alle artikels in de categorie vraaggesprek