Zolang België geen gewoon land is, moet 11 juli een strijddag zijn

Overzicht

Standpunt

Artikel

Door: Pieter Bauwens - Hoofdredacteur Doorbraak

Zolang België geen gewoon land is, moet 11 juli een strijddag zijn

Is 11 juli nog nodig als strijddag? Pieter Bauwens vindt van wel. 

Vlaanderen is geen rathole en de maladie flamande staat in de wereld niet meer synoniem voor lichamelijke gevolgen van verpaupering. We hebben het in Vlaanderen ver gebracht. Dat is iets om trots op te zijn, zeker op 11 juli. Onze voorafgaande generaties hebben het ver gebracht. Maar we moeten er ook attent voor zijn dat wij de volgende generaties verder kunnen brengen.

Vlamingen zijn geen tweederangsburgers meer in België. Met uitzondering in Brussel. Je moet niet meer ‘je Frans’ kennen om hogerop te geraken. Al helpt het wel, want le néerlandais of le flamand is nog steeds geen algemeen gekende taal aan de andere kant van de taalgrens. Ondanks die spraakverwarring zijn we toch #tousensemble en als dat niet kan, #allinred. De Belgische identiteit is een holle doos, om juister te zijn twee of drie holle dozen. Maar is er daarom een Vlaamse beweging nodig?

Wel neen, daar is geen Vlaamse beweging voor nodig. Die is wél nodig zolang België geen normaal land is. Die is wél nodig zolang the great pretenders volhouden dat België een normaal land is. Dit land is communautair verdeeld in quasi alles. De stakingen van de voorbije maanden hebben dat nog eens fijntjes aangetoond. Die verschillen heeft men proberen op te vangen door zes ongeleide staatshervormingen. Het gevolg is een staatsstructuur die er is om er te zijn, niet aangepast aan wat een performante staat nodig heeft. En om het allemaal beter te maken wil men nu een ‘omgekeerde staatshervorming’ door gesplitste bevoegdheden opnieuw samen te voegen… Bent u nog mee?

De Vlaamse beweging moet de Vlaamse feestdag aangrijpen om tot de kern van de zaak te komen. België is het probleem, niet de oplossing. Politiek en sociaaleconomisch zijn de verschillen te groot tussen Vlaanderen en Wallonië. En meer en meer groeit er ook een kloof met Brussel. Hoe kan je voor zo’n klein land, met zulke grote verschillen een passend beleid uittekenen? Niet. Het gevolg is een te lange periode van halve beslissingen of geen beslissingen. Of het ene deel dat een niet passend beleid oplegt aan een ander deel. Of een deel dat een ander deel minoriseert. Probeer zo maar eens een staat te besturen …

11 juli moet ook een dag zijn waarop we een stand van zaken opmaken. De aandacht van de Vlaamse beweging zou beter eens wat meer richting Brussel gaan. Hoe daar de Nederlandstalige wachtdienst zomaar aan de kant geschoven wordt, zonder dat iemand zich daarom bekommert is onbegrijpelijk. Even onbegrijpelijk als het al decennia naast zich neerleggen van de taalwetten voor gemeentepersoneel, met oogluikende toelating van de controlerende overheid, het Brusselse Gewest. Als een gewest meer dan tientallen jaren wetten mag overtreden, wat is de wettelijkheid in ons land dan nog waard? Gek genoeg is er blijkbaar niemand die daarover valt, zelfs niet de Vlaamse ministers in de Brusselse gewestregering.

De Franstaligen zetten meer en meer in op een België met vier deelstaten. De manier waarop het Brusselse Gewest bestuurd wordt, is een stevig argument tegen die evolutie. Van de tunnels over het Nieuwe Nationale Stadion (op de Parking C van de Heizel, en dus op Vlaams grondgebied), de Vlaamse huisartsenwachtpost, de taalwet in de gemeenten tot de voetgangerszone of het snel snel neerpoten van winkelcentra in en om Brussel.

Ook buiten Brussel zijn er nog veel Belgische problemen die op 11 juli onder de aandacht mogen komen. De federale regering heeft een communautaire stilstand afgekondigd, maar ondertussen dreigt de Belgische realiteit de communautaire stilte in te halen. Het dossiers van de Franstalige RIZIV-nummers zit vast in de regering. N-VA en CD&V houden dat terecht tegen. De druk mag opgevoerd worden op Open Vld om niet toe te geven in dit dossier. De Franstalige politici hadden het lef niet om een numerusclausus voor artsen in te voeren, wel dat probleem moeten ze zelf oplossen. De rekening moeten ze niet naar België en Vlaanderen schuiven. Hoe zit het eigenlijk ook met de samenwerkingsakkoorden die moeten afgesloten worden sinds de zesde staatshervorming? Het is daar zo verdacht stil rond, heeft ook daar de Belgische structuur alles wat moeilijker gemaakt dan gedacht? Of hoe zit het met de functionele tweetaligheid van de topambtenaren? Dat staat in het regeerakkoord, maar ook daar blijft het heel stil. En wat te denken van de vaudeville rond de vliegroutes van en naar Zaventem ‘Brussels Airport’, waar – alweer – het Brusselse Gewest een hoofdrol opeist om de lasten naar Vlaanderen af te wentelen. Hoe zit het trouwens met de studie naar de transfers die Vlaams minister-president Geert Bourgeois besteld had? Hoe komt het dat het maar blijft fout lopen in Justitie?

11 juli is een gelegenheid om onze landgenoten duidelijk te maken dat we met een status quo in België niets opschieten, de Vlamingen niet en de Franstaligen ook niet. Dat België inderdaad structureel een failed state is die door de interne tegenstellingen onze veiligheid, noch onze welvaart kan veiligstellen. Dus Waalse vrienden, laat ons scheiden, verlaat de fase van de ontkenning; welke zin heeft het om zo te moeten samenleven?

Foto (c) Reporters 

Twitter:
Afdrukken:
E-mail:

Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier

Alle artikels in de categorie Standpunt