vrijheid is niet gratis, ze moet telkens heroverd worden

Overzicht

Sprekershoek

Artikel

Door: Johan Sanctorum

vrijheid is niet gratis, ze moet telkens heroverd worden

Eren kunnen we de Charlie-Hebdo-cartoonisten pas door ons scherp te houden en zelf aan de politiek-correcte dictatuur te weerstaan.

Toen filmmaker Theo Van Gogh in 2004 door een moslimfanaticus werd vermoord, stond heel de weldenkende samenleving op stelten. Even snel spoelde de verontwaardiging weer weg met de waan van de dag. Bij mij is dat feit blijven nazinderen en heeft het mijn kijk op democratie en vrijemeningsuiting grondig dooreen geschud. Is vrijheid wel vrijblijvend, iets dat we onbeperkt en kwistig kunnen consumeren zoals de Mei ’68-golf dat voorhield, of is ze met risico’s verbonden en hangt er een prijskaartje aan? En.. is het misschien juist dat wat die vrijheid waardevol maakt en inhoud geeft?

Wolinski en de kont van zijn echtgenote

De executie van vier Charlie Hebdo-cartoonisten, redactieleden en nog acht andere mensen die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren, stelt deze discussie opnieuw op scherp. Ongetwijfeld waren Cabu, Charb en Wolinski iconen van gedurfde journalistiek en compromisloos parler-vrai. Maar net daardoor waren ze ook provocateurs en tastten ze bewust en gewild de grenzen af van het politiek-correcte. Hun Mohammed-spotprenten waren niet zomaar ludieke bedenksels: het ging om zware risico-operaties in een politiek en sociocultureel klimaat waar zwijgen en wolligheid steeds meer de norm waren, en het katholieke pudeur van weleer vervangen was door de nog meer benepen dwang om vooral niet op zere (moslim)tenen te trappen. Het was dus vloeken in een maatschappij die door chantage werd en wordt gedomineerd, ondanks alle praatjes over democratie en vrijemeningsuiting.

Alleen in de kleutertuin is de vrijheid gratis en mogen de kinderen met kak op de muren schilderen. Daarbuiten moet ze afgedwongen, heroverd worden, steeds weer, door slechte karakters die er op een of andere manier genoegen in vinden (anders blijf je dat niet doen) om te vloeken in de kerk en de overtreding van het fatsoen tot norm stellen, hopend dat hun signaal niet verloren gaat in het genoeglijk ruis van het ‘publiek debat’ en de futiele meningendemocratie. Dus moet er met scherp geschoten worden en wordt men zelf ook een schietschijf.

Het is uiteraard veelbetekenend dat die strijd van de enkeling tegen de pensée unique focust op de islam, als totalitaire censuur-ideologie die zich in onze multiculturele zeepbel heeft genesteld. Cynisch zou men kunnen stellen dat Charlie Charlie niet zou geweest zijn zonder het moslimfanatisme, en dat hun pen misschien wel tekenen van roest zou vertoond hebben. Door tegenkracht worden pennen scherp en komt ook echte, compromisloze kwaliteit boven drijven.

Er loopt zo een lijn vanuit de Duivelsverzen (1988) van Salman Rushdie (vogelvrij verklaard  door de moslimwereld), Van Goghs film Submission (een titel die Michel Houellebecq nogal vlotjes overneemt in zijn nieuwste roman Soumission) van 2004, de eerste Mohammed-spotprenten van 2005 in de Deense krant Jyllands-Posten, tot aan de serie cartoons die de Charlie Hebdo-tekenaars uit hun mouw schudden.

Intellectuele gave, talent, maatschappelijk engagement en individueel temperament gaan hier hand in hand. Want bij elk van deze gevallen gaat het om mensen die existentieel op het punt van een soort doodsverachting gekomen waren: het opzoeken van de gevarenzone en het zoeken van de confrontatie, ook als persoonlijke opwinding en kick van het koorddansen zonder valnet. Dat wat de filosoof Friedrich Nietzsche ‘gefährlich leben’ noemde, en wat bij Martin Heidegger het ‘Sein zum Tode’ werd.

In die zin moeten ze als helden beschouwd worden, in de klassieke betekenis van het woord: individuen die het volle leven willen beamen, voor het maximum gaan (Sartre: ‘Soyons raisonnables, demandons l’impossible’), en op die manier hun dood tegemoet lopen.

Dat vereist een dosis straffe humor die nodig is om als cartoonist te functioneren, maar die zich ook in het gewon leven doorzet. Georges Wolinsky, een van de vermoorde Charlie-tekenaars, bedankte voor het Légion d’honneur dat de overheid hem wou toekennen (wat is immers de waarde van een door het bestel gelauwerde spotprenttekenaar?), maar anticipeerde ook op zijn dood met de grap die er uiteindelijk geen was: Ik heb tegen mijn vrouw gezegd dat ze de as in het toilet moet gooien. Zodat ik voor altijd haar billen kan zien.’

Wolinsky kreeg dus wat hij verdiende en verwierf het grootste ereteken: eeuwig uitzicht op de kont van zijn echtgenote. Het paradijsperspectief van de agnost.

Het is een beeld van de intellectueel zoals we dat vandaag haast niet meer kennen: een zelfmoordcommando, een ontdekkingsreiziger in het gevaarlijke, met mijnen bezaaide rijk van de vrijheid waar elk gebaar, elk woord het laatste kan zijn. En waarvan de humor niet alleen de retorische techniek uitmaakt, maar ook de conditie waarmee men zich vrolijk en gracieus doorheen dat mijnenveld beweegt. Humor als techniek én levenskunst. Tot de kalasjnikovs de grap tot zijn pointe voeren.

Ondertussen bij de media

En dan is er natuurlijk het gejammer en de borstklopperij van de journalistieke kaste. We zijn allemaal Charlie Hebdo’, toeteren Yves Desmet (De Morgen) en Karel Verhoeven (De Standaard) eendrachtig.

Elke pennenlikker, elke inktkoelie wil zich nu even snel identificeren met de gevierde en betreurde helden uit Parijs. Maar het komt op mij over als de Witte Brigade die bij ons enorm aanzwol toen de Duitsers verslagen waren. Het zijn hoger vernoemde en andere Vlaamse reguliere media, en niet te vergeten uiteraard de VRT, die zich altijd in het lauwe politiek-correcte sop hebben bewogen waar Wolinski en gezellen zich zo tegen afzetten.

Nooit werden de dingen benoemd, nooit werd het hard gespeeld, nooit voelde je ook maar in de geringste mate het intellectuele avonturierschap zoals hierboven beschreven. Zorgvuldig bewaakten en bewaken zij de politiek-correcte mainstream waarin wel het moslimterrorisme wordt veroordeeld, maar waar men nooit tot een duiding overgaat van de ideologische impact an sich. Nooit worden man en paard genoemd of wordt er een analyse ten gronde gemaakt van deze kloof tussen Europees Verlichtingsdenken en sluipend totalitarisme dat in naam van de multicultuur om zich heen grijpt. Zeer snel vervalt men weer in het slachtofferverhaal van de kansarme allochtoon die naar het geweer grijpt omdat hij niets om handen heeft.

Heel het Belgisch/Vlaamse mediawereldje mag overigens op beide oren slapen: weinig waarschijnlijk dat Yves Desmet, Bart Brinckman, Bart Sturtewagen of, godbetert, Peter Vandermeersch bezoek zouden krijgen een gewapende moslimbrigade. Brave seuten zijn het, die telkens warm en koud blazen als het over heikele punten als de islam en de democratie gaat. De Vlaamse pers sterft niet door de kogel, ze gaat dood aan saaiheid en wolligheid.

In dat opzicht klinken de hommages en de grote verklaringen ongelooflijk vals. Voor zover ik kon nagaan durfde niet één Vlaamse krant het aan om een van die straffe Mohammed-cartoons, die de inzet vormden van heel de massacre in Parijs, op haar voorpagina af te drukken. De Standaard toont zich weer van haar verzoenende kant: de krant drukt op haar voorpagina van eergisteren een tekening af waarin een moslim en een Charlie-cartoonist elkaar een tongkus geven. Dat was de reactie van het magazine zelf na de mislukte aanslag in 2011. Door deze parodie op de meligheid nu te afficheren als een soort aanbieden van de andere wang, tonen de Standaard-editorialisten dat ze de Charlie-humor eigenlijk niet snappen, maar proberen ze ook heel de maatschappelijke tegenstelling en het idee van een te-heroveren-vrijheid, te depolariseren tot een belachelijk gezelligheidstafereel, dat ik niet aarzel als een geval van dhimmitude te betitelen, onderwerpingsgedrag. Make love, not war, ook na Parijs 7/1. Schrik en door de marketinglogica geïnspireerd zekerheidsdenken spreekt uit die halfslachtigheid. 

Niet dat dit een monopolie is van de Vlaams/Belgische pers. Associated Press, het grootste persbureau ter wereld, verwijdert alle Charlie Hebdo-covers waarop de profeet Mohammed is afgebeeld. Andere media, zoals New York Daily News en The Daily Telegraph, kiezen voor het blurren van de afbeeldingen. Lafheid troef.

Fundamenteler nog moet men zich vragen stellen bij de gesloten manier hoe die redacties met vrijemeningsuiting omgaan, en hoe de sluipende (zelf)censuur hun status van zogenaamde waakhond van de democratie helemaal heeft uitgehold. Ik haalde enkele weken geleden al aan hoe De Standaard systematisch opiniestukken weigert die niet passen in het politiek-correcte straatje. Er bestaat ondertussen al een kransje van uitverkoren refusés, waartoe ondergetekende zich mag rekenen, dat misschien teveel de Charlie-attitude genegen is en te weinig de Vlaams/Belgische compromisgedachte. Meer en meer versmalt de democratie tot een consensusdemocratie die in feite een omfloerste dictatuur is, omhangen met meningen die niemand verontrusten.

Zo worden deze media medeplichtig aan het smoren van wat ze vandaag met veel poeha beweren te verdedigen. Denk vooral niet dat de dood van de vier cartoonisten deze politiek-correcte waan zal doorbreken. Integendeel, nu al lees ik commentaren in diezelfde kranten dat men zich vooral moet hoeden om te ‘polariseren’, dat ‘achterstelling en uitsluiting de oorzaak zijn’ (Karel Verhoeven, De Standaard 8 januari 2014), dus niet de islam-ideologie zelf die niet-moslims als een lagere diersoort beschouwt, en dat we vooral ‘verbondenheid en warmte’ moeten zoeken (Yves Desmet, De Morgen 8 januari 2014).

Oorlog en vrede

Sorry, maar met deze pastoorspraat komen we er niet. ‘L’amour plus fort que la haine’, ga dat maar eens preken in de middens waar de grote islamitische wereldrevolutie wordt voorbereid, in de Islamitische Staat, maar ook in onze door de overheid gefinancierde én door imams uit Saudi-Arabië beheerde moskeeën.

Scherpe pennen gevraagd dus. Waarbij het dan nog de kwestie is, of pennen zullen blijven volstaan wanneer de Kalasjnikovs knallen. Want laten we wel wezen: het begin van de 21ste eeuw zal door historici ooit aangeduid worden als het ontbrandingsmoment van een derde wereldoorlog. Een oorlog zonder loopgraven zoals de eerste die had, en zelfs zonder duidelijke militaire logica of tactiek zoals de tweede die nog bezigde. Daarom bakken de VS er ook niets van in Irak of Afghanistan: militair leven ze nog in de vorige eeuw. De oorlog die we vandaag meemaken is een Totalkrieg zonder onderscheid van krijgspersoneel of burgers. Iedereen kan slachtoffer zijn, het gevaar loert overal. Via de islamreligie als ideologische munitie wordt onze Westerse cultuur met de grootste uitdaging uit haar geschiedenis geconfronteerd. Neutraliteit of ontkenningsattitudes vormen niet langer een optie. Iedereen is gedoemd om kleur te bekennen. Beweren dat er geen probleem is, is partij kiezen voor de agressor en de weerstand proberen te breken.

Dat geeft een bepaalde opluchting, eindelijk trekt de mist op. Na de bloemen en de kransen, de krokodillentranen en de hulderedes, de papieren heiligverklaringen en het mediagedaas, moeten we hopen dat de dood van Cabu, Charb en Wolinski een schokreactie zal veroorzaken en mensen zal wakker schudden. Vooral met het oog op een mondigwording, een kritisch zelfbewustzijn dat zich niet meer door de overheid of de media laat betuttelen of politiek-correct reguleren. De scherpe kantjes moeten er niet af, ze moeten net aangescherpt worden. Laat liefde zegevieren, inderdaad: liefde voor de vrijheid en liefde voor het leven, zodanig dat de doodsangst de levenslust niet langer bederft.

De vrijheid is niet gratis, ze moet telkens heroverd worden, zoals de vrede zelf. En laat ons dat wel een oorlog waard zijn.

Foto (c) Reporters

Twitter:
Afdrukken:
E-mail:

Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier

Alle artikels van Johan Sanctorum

Alle artikels in de categorie Sprekershoek