Unia haalt bakzeil

Overzicht

Multicultuur & samenleven

Artikel

Door: Veerle Wouters en Hendrik Vuye

Unia haalt bakzeil

al zeggen ze blij te zijn met de "duidelijkheid"

Het arrest van het Hof van Justitie over het hoofddoekenverbod op de werkvloer

Unia haalt weer eens het nieuws. Het Hof van Justitie doet uitspraak in de zaak Samira Achbita en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (heden Unia) tegen G4S.

Waar gaat deze zaak over? In het arbeidsreglement van G4S staat volgende bepaling: ‘het is aan de werknemers verboden om op de werkplaats zichtbare tekenen te dragen van hun politieke, filosofische of religieuze overtuigingen en/of elk ritueel dat daaruit voortvloeit te manifesteren’. Samira Achbita wordt door G4S ontslagen omdat ze een islamitische hoofddoek draagt. Is dergelijke bepaling discriminerend? Is dit ontslag willekeurig en arbitrair?

Unia oordeelt dat er binnen de arbeidsverhoudingen geen onderscheid mag gemaakt worden op basis van religieuze of andere ideologische overtuigingen. De werkgever mag hier enkel van afwijken om redenen van beroepsvereiste of objectieve en redelijke rechtvaardiging. Op de webstek van Unia kon men vroeger zelfs lezen: ‘Het argument klanten of collega’s kan de werkgever niet inroepen’.

Deze ruime interpretatie van de anti-discriminatiewetgeving wordt ook gedeeld door sommige experts. Jogchum Vrielink, onderzoeker aan de KULeuven, stelt in vraag of het wel aan de privésector toekomt om te oordelen of een hoofddoek al dan niet kan. Dit holt, volgens Vrielink, de bescherming tegen discriminatie uit.

Ook professor aan UGent en gewezen Groen-Kamerlid Eva Brems schiet met scherp. Ze neemt zelfs het begrip ‘hoofddoekenvervolging’ in de mond op de webstek van MO*. Professor Jeroen Temperman van de Erasmusuniversiteit verklaart aan De Morgen dat hij niet begrijpt dat men het neutraliteitsideaal van de overheid nu ook toepast op ondernemingen.

Wij hebben steeds een andere visie verdedigd. Zo schreven we op Knack.be: ‘Wat ons betreft is vrij ondernemerschap evenzeer een basiswaarde van onze maatschappij. Ook dit is een grondrecht. Het behoort tot de vrijheid van de ondernemer om de organisatie van de werkzaamheden te bepalen. Hij bepaalt ook de wijze waarop producten en diensten aangeboden worden. Kiest een ondernemer voor neutraliteit van zijn onderneming, dan is dit een legitieme keuze.’

Gisteren heeft het Hof van Justitie zijn arrest geveld. De visie van Unia wordt naar de prullenmand verwezen. Volgens het Hof is er geen sprake van directe discriminatie, want het verbod wordt door G4S voor alle werknemers op dezelfde manier toegepast. De regel verplicht alle werknemers om zich neutraal te kleden.

Volgens het Hof is er ook geen indirecte discriminatie. Er is sprake van indirecte discriminatie wanneer een ogenschijnlijk neutrale verplichting in de feiten tot gevolg heeft dat personen die een bepaalde godsdienst aanhangen, of een bepaalde overtuiging hebben, bijzonder worden benadeeld. Een verschil in behandeling is echter geen indirecte discriminatie indien het een ‘legitiem doel’ nastreeft en de gebruikte middelen niet ‘buitensporig’ zijn.

Het Hof stelt nu in alle duidelijkheid dat een werkgever een legitiem doel nastreeft wanneer hij zijn werknemers die in contact komen met klanten, vraagt zich neutraal te kleden. Het Hof legt hier het verband, zoals wij eerder deden, met het recht op vrij ondernemerschap. Ook dit is een fundamenteel recht. Een verbod dat uitsluitend geldt voor werknemers die in contact komen met klanten, is volgens het Hof al evenmin buitensporig.

Dit arrest zorgt alvast voor duidelijkheid. Het verwerpt de activistische interpretatie die Unia geeft aan de vrijheid van godsdienst. Hopelijk zorgt dit arrest voor een moment van bezinning bij Unia. Dit is meer dan nodig. Dat een door de overheid betaalde instelling met grote verbetenheid standpunten verdedigt die zomaar van tafel worden geveegd door het Hof van Justitie, dat kan eigenlijk niet, en al zeker niet voor een overheidsinstelling die geacht wordt gespecialiseerd te zijn in de anti-discriminatiewetgeving.

Indien Unia zich geroepen voelt om op een partijdige wijze standpunten te verdedigen die juridisch geen steek houden, dan moet Unia maar een drukkingsgroep worden. Van een overheidsinstelling wordt alvast iets anders verwacht.

Unia moet ook niet verwonderd zijn dat vele Vlamingen deze instelling bekijken als een gedachtepolitie. Niet alleen vele Vlamingen, maar nu ook het Hof van Justitie, kunnen zich niet vinden in de visie van Unia. Men mag ook niet uit het oog verliezen dat Unia dergelijke rechtsgedingen voert met overheidsgeld. Het zal je maar overkomen als kleine KMO of zelfstandige. Een bedrijf moet al kapitaalkrachtig zijn om de juridische lijdensweg af te leggen die G4S te beurt valt: arbeidsrechtbank, arbeidshof te Antwerpen, Hof van Cassatie, Hof van Justitie ... en nu gaat het dossier terug naar het Hof van Cassatie. Voor een kleine onderneming is dit een calvarieberg die niet te beklimmen valt.

Het valt ons op hoe snel sommigen over discriminatie spreken wanneer het gaat over religieuze symbolen. De vrijheid van meningsuiting wordt anders bekeken. Niemand zal spreken van discriminatie wanneer een werkgever zijn werknemers verbiedt te komen werken met een T-shirt van een politieke partij. Wie in punk- of gothic-kleding gaat solliciteren, weet ook dat dit niet de meest geschikte kledij is om te worden aangeworven. Eerder schreven we al: ‘Misschien moeten burgers ook eens de consequenties van hun eigen vrije keuze aanvaarden en niet al te snel het woord discriminatie in de mond nemen?’ Dit lijkt ook de visie te zijn van het Hof van Justitie.

Twitter:
Afdrukken:
E-mail:

Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier

Alle artikels in de categorie Multicultuur & samenleven