Hier spreekt men Nederlands

Overzicht

Sprekershoek

Artikel

Door: Johan Sanctorum

Hier spreekt men Nederlands

Taal blijft de hoeksteen van integratie, en enige zachte dwang is misschien niet slecht.

Ziezo, Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) heeft haar duit in het zakje gedaan in de verrechtsing en gesteld dat allochtone vaders en moeders een tandje mogen bijsteken inzake betrokkenheid bij het schoolgebeuren. Crevits zegt dat niet zomaar: ze weet dat de meeste leerkrachten en schooldirecties al decennialang worstelen met de vraag hoe je kinderen kansen kan geven en kan integreren, als de ouders niet eens een nota in het rapport lezen, brieven ongeopend in de vuilbak keilen en nooit opdagen op oudercontacten. Dat dit vooral een pijnpunt is bij families met een allochtone achtergrond, waar thuis nauwelijks of geen Nederlands gesproken wordt en de schotelantennes steevast naar Turkije of Marokko zijn gericht, is al evenzeer een vaststelling die niemand op het terrein betwist.
 
Niettemin levert de uitspraak van de West-Vlaamse no-nonsensepolitica een storm van protesten op uit de links-progressieve hoek: ze zou de allochtonen nodeloos stigmatiseren, de ouders doen wél moeite, het gaat om kansarmoede en niet om onwil of desinteresse ... Dat argument van de kansarmoede heeft alvast zijn ondeugdelijkheid bewezen: hoe meer pampering, hoe meer de groep in kwestie zich opsluit in het slachtofferdenken, hoe minder er sprake is van echte integratie of emancipatie. Ik denk dat de wrevel daarover meespeelde in de oprisping van Hilde Crevits: komaan zeg, ouders, doe nu ook eens wat, grijp kansen en gun die aan je kinderen door te participeren.
 
De kern van de zaak gaat echter over een cultuurkloof die politiek nog steeds nauwelijks bespreekbaar is: ten gronde wil een flink deel van de allochtone gemeenschap zich niet onderdompelen in de taal van het nieuwe thuisland en nog minder in de cultuur die daaronder zit. Dat recht op een eigen taal en cultuur wordt hen ook gegarandeerd via Europese minderheidsverdragen (waarop ook Franstaligen in Vlaanderen zich beroepen om geen Nederlands te hoeven spreken) en via het algemeen mensenrechtenverhaal waar onder meer het anti-discriminatiecentrum UNIA de mosterd haalt.
 
Effectief: een overheid mag burgers niet discrimineren op basis van taal, cultuur, religie, afkomst ... De perverse uitwerking van die beschermingsfilosofie is echter dat ze gewoon tot gettovorming leidt en dus tot ongelijkheid. Is het een mensenrecht om zijn eigen taal te spreken, zich met gelijkgezinden te verenigen en een huiscultuur erop na te houden? Welja. Is het een mensenrecht om niet deel te nemen aan de samenleving, zijn kinderen met een sociale handicap op te zadelen en hun ontwikkeling te hypothekeren? Tja. Is het een mensenrecht om dat isolement te koppelen aan een fundamentalistische religie die haat predikt en terreur gedoogt,- over generaties heen, van oud naar jong? Ik dacht het niet. Maar met dit laatste steken we natuurlijk de politiek-correcte Rubicon over. Tijd om er een van onze briljantste intellectuelen bij te halen.
 
Elsschot herlezen 
 
Heel de Crevits-rel kan beslecht worden met de simpele schoorsteenspreuk: Hier spreekt men Nederlands. Een gedeelde omgangstaal en een vorm van leidcultuur zijn gewoon essentieel om mensen te verbinden, daar is geen weg naast. Een zelfbewuste cultuur die niet oplegt maar inspireert, verleidt, smaak geeft. De utopie van de linkerzijde om de ideale samenleving als een vrolijk Babylon te zien, een kleurig amalgaam van culturen en cultuurtjes die allemaal op hun vierkante meter zichzelf wezen te zijn, werkt in de realiteit voor geen meter. 
 
Op een bepaald punt is tolerantie gewoon immoreel. We hebben veel te lang geduld dat allochtone gemeenschappen überhaupt bestonden en als hermetische eilanden voortwoekerden, met het dubbelzinnige mensenrechtencharter als alibi. Vandaag spreekt 60% van de Antwerpse allochtonen geen Nederlands thuis. Het legt een enorme hypotheek op de ontwikkeling van de kinderen: ze leven in een permanente breukzone, geraken nooit ingebed en gedragen zich op de duur zelf als tweederangsburgers met alle sociale gevolgen vandien.
 
Dat taalgegeven is altijd weggestopt onder een dikke laag politiek-correct kosmopolitisme. Op 6 maart nog in het VRT-praatprogramma De Afspraak’: ene Thomas Smith, stand-upcomedian van Britse afkomst en zich vlot bewegend in het Vlantwerps, had Engelstalige ouders (die dus wél Nederlands spraken) waarmee hij thuis ook in de taal van Shakespeare converseerde. Voor hem was er geen probleem, het zou allemaal niet zo nauw steken, je kan thuis Arabisch spreken of eender wat en dan op school toch een soort Nederlands. Smith kijkt op die manier bewust weg van de segregatie die zich onder onze ogen afspeelt en die tot blijvende frustraties leidt bij leerkrachten die zich enorm inzetten om kinderen van allochtone afkomst op het goede spoor te zetten.
 
Mondigheid als motor van emancipatie en burgerwording: het zo verguisde taal- en cultuurflamingantisme is terug van weg geweest. Vlamingen zijn veel te weinig fier op de taal die hen bindt. Hoe zouden anderstaligen en migranten er dan enthousiast mee kunnen omgaan? Hoe erbarmelijk is het niveau van bepaalde journalisten die nauwelijks nog foutloos kunnen schrijven, laat staan dat ze nuances zouden kunnen aanbrengen in een tekst. Wij mishandelen het Nederlands, niet alleen via het dialect en de tussentalen, maar ook in het parlement, op televisiedebatten, in toespraken van BV’s die klinken als kleutertaal. En nu blijkt dat Marokkaanse schoolkinderen in Nederland zich vlotter uitdrukken in de taal van Bredero dan sommige van onze Vlaamse excellenties, Ben Weyts om er geen te noemen.
 
Het was onze grootste Vlaamse auteur, de vrijzinnig-linkse flamingant Alfons de Ridder alias Willem Elsschot, in zijn dubbelleven ook broodschrijver en copywriter van reclameteksten, die erop hamerde dat schrijvers en intellectuelen niet alleen literatuur moeten produceren, maar vooral ook de taal moeten bewaken, cultiveren en permanent opwerken, als levende materie die het dagelijkse leven dooradert. Het is gewoon eten en drinken, iets waar een hele samenleving mee verder kan. Iets dat verbindt en verrijkt. Iets dat doet praten, doet lezen, en zelf evolueert in de stroom van het leven.
 
Andermaal: hier spreekt men Nederlands. We mankeren een Elsschotiaans moment in het debat dat Hilde Crevits (her)opende. Het gaat ultiem niet om “betrokkenheid” of om sociale drempels, maar om de verbindende kracht van een leidcultuur die via het spreken en schrijven gemeengoed wordt en blijft. Het gelijk stemmen van violen, waarna de polyfonie pas mogelijk wordt.
 
De softe visie op ‘inburgering’, als een snelcursus waar men in het Vlaams de weg leert vragen en eventueel weet hoe je karbonaden maakt, is absoluut ontoereikend om de allochtonen van de tweede en derde generatie met de autochtonen in één universum samen te brengen. Een doorgedreven inhaalbeweging via kwaliteitsvol Nederlands, thuis en op school, is de enige weg naar een echt gelijkekansenverhaal bij kinderen van drie tot twaalf. Helemaal goedschiks zal dat niet gaan, koppel misschien een degelijke basiskennis van het Nederlands bij allochtone ouders aan toekenning van het kindergeld, zoals dat in Denemarken gebeurt. Ontmoedig de huwelijksmigratie, bouw het systeem van de dubbele nationaliteit af. Maak duidelijk dat diversiteit niet hetzelfde is als gettovorming.
Maar vooral ook: laten wij Vlamingen zelf eens wat meer onze taal koesteren. De grap van de Afrikaan die Nederlands leerde en daarmee in Tielt niet verder kon, is jammer genoeg echt.
 
 
Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.


Foto: (c) Reporters
Twitter:
Afdrukken:
E-mail:

Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier

Alle artikels van Johan Sanctorum

Alle artikels in de categorie Sprekershoek